I. Het oude systeem

In de wet was reeds lang de zogenaamde “rechtsplegingsvergoeding” voorzien.

Deze was bedoeld om de winnende partij in een procedure toe te laten om een deel van de kosten die zij heeft moeten dragen om haar rechten te doen gelden, te recupereren bij de tegenpartij. De bedragen die tot voor 1 januari 2008 daarvoor golden, dateren nog van het midden van de vorige eeuw. Ondanks het feit dat deze regelmatig werden geïndexeerd, wogen de rechtsplegingsvergoedingen de laatste tientallen jaren absoluut niet meer op tegen de kosten die de partijen effectief moesten maken om hun rechten te laten gelden.

Ter illustratie vindt u in de onderstaande kader de rechtsplegingsvergoedingen in functie van de inzet van het geding, zoals gangbaar tot voor 1 januari 2008:

Rechtsmacht

<

250 €

250 €- 620 €

algem.

620 € 2.500 €

>

2500 €

Onroer. beslag / scheeps-beslag

Voorzitter arbeidsrechtbank

37,20  

37,20

37,20

74,35

 

Jeugdrechtbank

Arbeidrechtbank

37,20 

74,35

111,55

223,10

 

Vrederechter

Politierechtbank

Rechtbank Eerste Aanleg

Rechtbank van Koophandel

Summiere rechtspleging

61,95 

123,95

185,90

371,85

 

Arbeidshof

49,60

99,15

148,75

297,45

 

Hof van Beroep

247,90

247,90

247,90

495,80

 

Voorzitter Rechtbank Eerste Aanleg

Voorzitter rechtbank van Koophandel

Rechter in kort geding

Beslagrechter

123,95

123,95

123,95

247,90

247,90

Aangezien deze bedragen duidelijk veel te laag waren, drong een nieuw wetgevend initiatief zich op.

II. Het nieuwe systeem

2.1. Algemeen Op 1 januari 2008 is de wet van 21 april 2007 “betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat” in werking getreden.

De nieuwe regeling is van toepassing op alle hangende zaken en op alle zaken die in beraad zijn genomen en waarin nog geen uitspraak werd geveld op 1 januari 1008.

De wetgever heeft de bedoeling gehad in de nieuwe wet een volkomen nieuwe definitie te geven aan het begrip rechtsplegingsvergoeding.

Het is een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij en dus geen totale recuperatie van de kosten en honorariumstaat van de advocaat.

De grondslag van de rechtsplegingsvergoeding ligt in het procesrisico dat de partijen lopen.

Dit procesrisico wordt beoordeeld per procesverhouding (per aanleg) en binnen deze procesverhouding per autonome vordering (hoofdvordering, tegenvordering, …).

De vergoeding die men krijgt hangt samen met de beslissing over de grond van de zaak en moet niet gemotiveerd worden, tenzij partijen hierover standpunt hebben ingenomen in de procedure.

2.2. Toepassingsgebieden

2.2.1. Burgerlijke zaken In burgerlijke zaken is de regeling van toepassing op alle zaken met uitzondering van de procedures voor het Hof van Cassatie en de administratieve procedures.

2.2.2. Strafzaken In strafzaken blijft de verhaalbaarheid beperkt tot de relaties tussen de beklaagde en de burgerlijke partij.

Wanneer de beklaagde of de persoon die voor het misdrijf burgerrechterlijk aansprakelijk is, wordt veroordeeld tot het betalen van een vergoeding aan de burgerlijke partij, zal hij eveneens worden veroordeeld tot het betalen van de rechtsplegingsvergoeding.

In geval van vrijspraak zal de burgerlijke partij enkel tot de rechtsplegingsvergoeding kunnen worden veroordeeld indien zij zelf de strafvordering heeft doen opstarten door middel van een rechtstreekse dagvaarding of indien de raadkamer (of KI) meent dat er niet moet worden vervolgd. De burgerlijke partij is echter niet gehouden tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding als het openbaar ministerie de strafvordering opstart of deze wordt opgestart als gevolg van een klacht in handen van de onderzoeksrechter of de raadkamer (of KI).

 

2.3. Bedragen

2.3.1. In geld waardeerbare vorderingen

 

Basis
bedrag

Min
bedrag

Max
Bedrag

tot 250 €

150,- €

75,- €

300,- €

250,01 - 750,00 €

200,- €

125,- €

500,- €

750,01 - 2.500,- €

400,- €

200,- €

1.000,- €

2.500,01 - 5.000,- €

650,- €

325,- €

1.500,- €

5000,01 - 10.000,- €

900,- €

500,- €

2.000,- €

10.000,01 - 20.000,- €

1.100,- €

625,- €

2.500,- €

20.000,01 - 40.000,- €

2.000,- €

1.000,- €

4.000,- €

40.000,01 - 60.000,- €

2.500,- €

1.000,- €

5.000,- €

60.000,01 - 100.000,- €

3.000,- €

1.000,- €

6.000,- €

100.000,01 - 250.000,- €

5.000,- €

1.000,- €

10.000,- €

250.000,01 - 500.000,- €

7.000,- €

1.000,- €

14.000,- €

500.000,01 - 1.000.000,- €

10.000,- €

1.000,- €

20.000,- €

boven 1.000.000,- €

15.000,- €

1.000,- €

30.000,- €

a) Basisbedragen

In beginsel dient de rechter het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding toe te kennen aan de in het gelijk gestelde partij.

Bij voorgaande is echter een “maar” te plaatsen. Als er meerdere partijen zijn die van dezelfde in het ongelijk gestelde een rechtsplegingsvergoeding zouden moeten krijgen is het bedrag begrensd tot maximaal het dubbele van de toegekende rechtsplegingsvergoeding.

b)Verhoging of verlaging van het basisbedrag

In vier gevallen wordt er een afwijking toegestaan op het basisbedrag. De vier gronden die hiervoor kunnen aangevoerd worden zijn:

  • de financiële draagkracht van de verliezende partij
  • de complexiteit van de zaak
  • de contractueel bepaalde vergoedingen voor de in het gelijk gestelde zaak
  • het kennelijk onredelijk karakter van de situatie.

De eerste grond is enkel toepasselijk om een verlaging van het basisbedrag te motiveren terwijl de andere drie zowel voor een verhoging als een verlaging kunnen worden aangewend.

De rechter kan slechts nadat minstens een partij hierom heeft gevraagd afwijken van het basisbedrag, op basis van de vier voorgaande gronden, en zal afzonderlijk moeten motiveren waarom hij ingaat op het verzoek om de basisvergoeding te verhogen of te verlagen.

In het merendeel van de gevallen wordt echter het basisbedrag toegekend.

 

2.3.2. Niet in geld waardeerbare vorderingen

Voor geschillen die betrekking hebben op niet in geld waardeerbare vorderingen is het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding 1200,00 €, het minimum bedrag 75,00 € en het maximum bedrag 10.000,00 €.

Voorbeelden van vorderingen die niet in geld waardeerbaar zijn: uithuiszetting bij huurgeschillen, aanstelling gerechtsdeskundige, …

 

2.3.3. Arbeidsgerechten

Voor de voorzitter van de arbeidsrechtbank, de arbeidsrechtbank en het arbeidshof gelden andere rechtsplegingsvergoedingen.

 

Basis
bedrag

Min bedrag

Max
Bedrag

Voorzitter arbeidsrechtbank

     

tot 249,99 €

36,46 €

26,46 €

46,46 €

van 250 tot 619,99 €

36,46 €

26,46 €

46,46 €

van 620 tot 2500 € en vorderingen die betrekking hebben op niet in geld waardeerbare eisen

36,46 €

26,46 €

46,46 €

boven de 2500 €

72,86 €

57,86 €

87,86 €

Arbeidsrechtbank

     

tot 249,99 €

36,46 €

26,46 €

46,46 €

van 250 tot 619,99 €

72,86 €

57,86 €

87,86 €

van 620 tot 2500 € en vorderingen die betrekking hebben op niet in geld waardeerbare eisen

109,32 €

89,32 €

129,32 €

boven de 2500 €

218,46 €

188,64 €

284,64 €

Arbeidshof

     

tot 249,99 €

48,61 €

38,61 €

58,61 €

van 250 tot 619,99 €

91,17 €

82,17 €

112,17 €

van 620 tot 2500 € en vorderingen die betrekking hebben op niet in geld waardeerbare eisen

145,78 €

120,78 €

160,78 €

boven de 2500 €

291,50 €

251,50 €

331,50 €

 

 

 

 

 

3. Besluit

De verhoging van de rechtsplegingsvergoedingen door de wetgever zijn een goede zaak geweest.

De winnende partij ziet nu de kans om een groter deel van de door hem gemaakte kosten in de procedure te recupereren via de verhoogde rechtsplegingsvergoedingen.

De verhoogde rechtsplegingsvergoedingen zijn echter een tweesnijdend zwaard. De rekening zal op het einde van de rit immers zwaarder doorwegen voor de verliezer, zeker wanneer de inzet van het geding hoog is.

In die zin dragen de verhoogde rechtsplegingsvergoedingen eveneens bij tot het vermijden van het al te onbezonnen procederen.

 


Copyright © 2006 Mattijs Voet & Co Overname zonder schriftelijke toestemming is verboden.
Disclaimer Deze gratis nieuwsbrief is bedoeld als bron van informatie. De nieuwsbrief beoogt op geen enkele wijze de volledigheid en kan niet worden gelezen of gebruikt als advies. Hoewel de auteurs de grootste zorg besteden aan hun teksten, kan op geen enkele wijze enige aansprakelijkheid voortvloeien uit de inhoud van de nieuwsbrief.

<< terug naar overzicht

Hebt u een advocaat nodig?
Hoe gaat het in z'n werk?
Wat mag u verwachten?

Klik hier

KMO-Portefeuille

Nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven?

 

Vestigingen

Kantoor Lier
Donk 54 - 2500 Lier

 info@advocatenkantoor-mattijs.be
 +32 (0) 3 488 46 66
 +32 (0) 3 488 43 79

 

Kantoor Mechelen
Blarenberglaan 4/302 - 2800 Mechelen

Industriepark Mechelen Noord (Zone C - geel)
 infomechelen@advocatenkantoor-mattijs.be
 +32 (0) 15 55 29 45
 +32 (0) 15 55 42 91

 

Kantoor Antwerpen
Doornstraat 319 bus 1 - 2610 Antwerpen

 infoantwerpen@advocatenkantoor-mattijs.be
 +32 (0) 3 331 31 13 
 +32 (0) 3 488 43 79

 

CVBA MVRV
BTW : BE 0880.785.734
Rek.nr.: BE34 6301 1812 0090
Derdenrkn : BE96 6301 1504 6305
BIC BBRUBEBB